Kennisartikel · Renovatie

Renovatie van een bestaande woning: welke installaties stel je samen?

Door Technea Gepubliceerd 21 oktober 2026 7 min lezen

Bij de renovatie van een bestaande woning liggen vloeren open, gaan kozijnen eruit en wordt vaak ook de cv-ketel vervangen. Dat is het moment om de installaties als één systeem te ontwerpen: eerst de warmtevraag omlaag, dan de ventilatie, een afgiftesysteem op lage temperatuur en daarna de warmtepomp die daarbij past. In dit artikel lees je in welke volgorde je die keuzes maakt, welke combinaties goed samenwerken en waar je in een bestaande woning op let.

In het kort
  • Ontwerp de installaties tijdens de renovatie als één systeem: eerst de warmtevraag omlaag, dan ventilatie, afgifte, warmtepomp en regeling.
  • Dimensioneer op een warmteverliesberekening van de woning na het isoleren, niet op het oude gasverbruik.
  • Afgifte op lage temperatuur maakt de warmtepomp efficiënter. Droogbouw vloerverwarming, wand- en plafondverwarming passen ook in bestaande woningen.
  • Een douche-wtw en een regeling die op zonnestroom stuurt, maken het systeem compleet.
  • Vanaf 2027 krijgen kopers van een woning met label E, F of G met NHG vaker € 20.000 verduurzamingsbudget mee (aangekondigd).

Waarom je de installaties meteen meeneemt in de renovatie

Wie een woning in losse stappen verduurzaamt, maakt soms keuzes die later knellen. Een warmtepomp die is afgestemd op de ongeïsoleerde woning, is na het isoleren te groot. Radiatoren die blijven hangen, vragen een hogere aanvoertemperatuur dan nodig is. En een vloer die net nieuw is afgewerkt, breek je niet meer open voor vloerverwarming. Tijdens een renovatie plan je die stappen in samenhang, zodat bouwkundige ingrepen en installatiewerk in één planning vallen.

Voor de bewoner betekent dat één periode van overlast en één budget. Vanaf 2027 krijgen kopers van een woning met een slecht energielabel bovendien vaker een verduurzamingsbudget mee in hun hypotheek. Verderop lees je wat dat inhoudt.

De volgorde: eerst de warmtevraag, dan de installatie

In de meeste bestaande woningen werkt deze volgorde het best, omdat elke stap de uitgangspunten voor de volgende bepaalt:

  • Isoleren en kierdichting. Kierdichting is het afdichten van naden en kieren rond kozijnen, vloeren en doorvoeren. Samen met isolatie verlaagt het de warmtevraag, en die bepaalt hoe groot de rest van de installatie moet zijn.
  • Ventilatie. Een luchtdichtere woning heeft gecontroleerde ventilatie nodig, bij voorkeur met warmteterugwinning (wtw): de warmte uit de afgevoerde lucht verwarmt de verse buitenlucht voor.
  • Afgifte op lage temperatuur. Vloer-, wand- of plafondverwarming bepaalt welke aanvoertemperatuur nodig is.
  • Warmtepomp en warm tapwater. Pas als warmtevraag en aanvoertemperatuur bekend zijn, kies je het vermogen.
  • Zonnestroom en regeling. De regeling laat de warmtepomp zoveel mogelijk op eigen zonnestroom draaien.

Wat is een warmteverliesberekening?

De basis voor al die keuzes is een warmteverliesberekening van de woning ná de geplande isolatie. Daarin bereken je per ruimte hoeveel warmte er op een koude winterdag verloren gaat via wanden, ramen, vloer, dak en ventilatie. Voor woningen gebeurt dat volgens ISSO 51De Nederlandse rekenmethode voor het warmteverlies van woningen en woongebouwen. ISSO is het kennisinstituut voor de installatiesector en geeft deze publicatie uit.. De uitkomst is het vermogen dat de verwarming per ruimte moet kunnen leveren. Daarmee kies je de warmtepomp en controleer je of het afgiftesysteem dat vermogen haalt bij de gewenste aanvoertemperatuur. De warmteafgiftetabellen voor lage temperatuurverwarming helpen daarbij. Wie op het oude gasverbruik dimensioneert, rekent met een woning die er na de renovatie niet meer is.

Ventilatie hoort bij isoleren

Door isolatie en kierdichting verdwijnt de ongecontroleerde luchtstroom waarmee een oudere woning tot nu toe werd geventileerd. Vocht en CO₂ blijven dan langer in huis. Neem de ventilatie daarom mee in hetzelfde plan als de isolatie.

In een bestaande woning is decentrale balansventilatie met wtw vaak praktisch. Daarbij zit in elke ruimte een eigen unit in de gevel, die lucht afvoert en toevoert en daarbij de warmte terugwint. Er hoeft dus geen kanalennet door de woning. Is er bij een grondige renovatie wel ruimte voor kanalen, dan kan een centraal systeem met één unit voor de hele woning beter passen. In ventileren na isoleren lees je de afwegingen en de voorwaarden voor ISDE-subsidie.

Afgifte op lage temperatuur: vloer, wand of plafond

De aanvoertemperatuur is de temperatuur van het water dat de warmtepomp naar de vloer, wand of radiatoren stuurt. Hoe lager die temperatuur, hoe efficiënter de warmtepomp werkt. Een groot afgifteoppervlak maakt een lage aanvoertemperatuur mogelijk, omdat het dezelfde warmte over meer vierkante meters verdeelt. In een bestaande woning bepalen de constructie en de afwerking welk systeem past. Vaak is een combinatie het antwoord.

SysteemWanneer het pastWaar je op let
Droogbouw vloerverwarmingBestaande vloeren met weinig opbouwhoogte, ook houten vloeren en verdiepingen.Bij droogbouw liggen de buizen in platen in plaats van in een natte dekvloer. Variokomp bouwt circa 20 mm op en weegt circa 25 kg/m², tegen 60 tot 90 mm en circa 125 kg/m² bij traditionele vloerverwarming. Reken met het complete vloerpakket, inclusief afwerking.
WandverwarmingRuimtes met vrije buitenwanden, of als de vloer niet open kan.Het wandoppervlak moet grotendeels vrij blijven van kasten en radiatoren. Bij natbouw komen de leidingen in de pleisterlaag (muurverwarming met leem, stuc of Eco-pleister); bij droogbouw in panelen op een regelwerk (droogbouw wandverwarming).
KlimaatplafondAls ook koelen gewenst is, of als vloer en wand niet beschikbaar zijn.Hetzelfde plafond verwarmt en koelt. Bij koelen hoort een dauwpuntbewaking: die meet de luchtvochtigheid en houdt het koelwater warm genoeg om condens op het plafond te voorkomen.

Meer over de opbouw lees je bij vloerverwarming op een bestaande vloer, vloerverwarming op een houten vloer en klimaatwand en klimaatplafond. In een woning uit 1928 in Nijmegen werden bijvoorbeeld natbouw en droogbouw wandverwarming gecombineerd, omdat de wanden verschillend waren opgebouwd.

Een warmtepomp kiezen voor een gerenoveerde woning

Kies het vermogen op basis van de warmteverliesberekening na de renovatie. Een warmtepomp die veel groter is dan nodig, slaat vaker aan en af, en dat kost rendement en levensduur. Een modulerende warmtepomp past zijn vermogen traploos aan de vraag aan en sluit daardoor beter aan op een woning waarvan de warmtevraag na het isoleren flink is gedaald.

De aanvoertemperatuur maakt een groot verschil in het rendement. Dat zie je aan de SCOPSeasonal Coefficient of Performance: de verhouding tussen de geleverde warmte en de gebruikte stroom, gemiddeld over een heel stookseizoen. Gemeten volgens de Europese norm EN 14825.. De Ovum AirCube AC312P heeft een SCOP van 6,02 bij 35 °C en 4,50 bij 55 °C. Bij 35 °C levert hij dus ruim 6 kWh warmte per kWh stroom, bij 55 °C ongeveer 4,5 kWh. Met vloer- of wandverwarming op 35 °C heeft dezelfde warmtepomp duidelijk minder stroom nodig dan met radiatoren op 55 °C. Kan de aanvoertemperatuur niet in elke ruimte omlaag, dan levert de AirCube tot 70 °C. Meer over het verschil tussen SCOP en COP en over het kiezen van een monoblock warmtepomp.

Let in een bestaande woning verder op drie praktische punten. De plek van de buitenunit bepaalt hoeveel geluid de buren horen; zie warmtepompen en geluid. Binnen is ruimte nodig voor het hygiëne buffervat, dat warm tapwater en verwarmingswater opslaat. Bij Ovum is dat de CubeSpeicher, waarin ook de MIRA-regeling zit. En een warmtepomp, een inductiekookplaat en een laadpaal samen vragen vaak om een zwaardere aansluiting. Laat die vroeg in de planning controleren.

Warm tapwater: neem de douche-wtw mee

Na het isoleren neemt de vraag naar warm tapwater een groter deel van de totale warmtevraag in. Een douche-wtw wint warmte terug uit het afvoerwater van de douche en verwarmt daarmee het koude water dat naar de douchemengkraan gaat. Daardoor is er minder warm water uit de boiler nodig, en bij een warmtepomp met een voorraadvat gaat die voorraad langer mee.

Er zijn twee hoofdvormen. Een douchepijp-wtw komt verticaal in de afvoer onder de douche, bijvoorbeeld de Shower HR Tube 2-21 Twin HE die in de woning in Nijmegen is geplaatst. Een douchebak-wtw zoals de Sanura X-Tray zit in de douchevloer zelf. Die heeft geen verticale afvoerpijp onder de douche nodig, wat bij een douchepijp-wtw wel zo is. Wordt de badkamer toch vernieuwd, dan is dit het moment om er een te plaatsen. Meer in alles over douche-wtw.

Zonnestroom en slim regelen

De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. Daarna levert zelf gebruikte zonnestroom meer op dan stroom die je teruglevert. Een warmtepomp is in de meeste woningen de grootste stroomgebruiker, dus de regeling bepaalt hoeveel van de zonnestroom in de woning blijft. MIRA meet het overschot via de Ovum PV WatchEen slimme meter van Ovum in de meterkast. Hij meet hoeveel zonnestroom er over is en geeft dat door aan de MIRA-regeling. of via SunSpecEen open communicatiestandaard waarmee omvormers van veel merken hun gegevens, zoals de actuele opwek, doorgeven aan andere apparaten.. Bij een overschot laat MIRA de warmtepomp warmte maken voor het buffervat of het warm water. Lees meer over de salderingsregeling en over wat een slimme warmtepomp is.

Subsidie en financiering voor je klant

Subsidies en financiering bepalen vaak hoeveel maatregelen de bewoner in één keer kan laten uitvoeren. De belangrijkste subsidie is de ISDE, de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing van RVO. Dit zijn de regelingen die bij een woningrenovatie meetellen. Laatst gecontroleerd op 22 oktober 2026.

  • ISDE voor de warmtepomp. Het bedrag hangt af van type en vermogen. Elk subsidiabel toestel heeft een meldcodeHet nummer waarmee een apparaat op de ISDE-apparatenlijst van RVO staat, met het bijbehorende subsidiebedrag. Je vult de meldcode in bij de aanvraag. op de apparatenlijst van RVO. Voor 2027 is een lager bedrag per kW voor lucht/water-warmtepompen aangekondigd, met een overgangsregeling bij aankoop tot en met 31 december 2026. Dat is nog niet definitief.
  • ISDE voor ventilatie. Sinds 2026 € 400 voor balansventilatie met wtw, in combinatie met een isolatiemaatregel en als het systeem aan de technische eisen van RVO voldoet.
  • ISDE voor isolatie. Voor dak-, gevel-, vloer- en glasisolatie; de voorwaarden en bedragen staan bij RVO.
  • NHG-verduurzamingsbudget (aangekondigd). Koopt iemand met NHGNationale Hypotheek Garantie: een borg op de hypotheek. Wie de hypotheek niet meer kan betalen en de woning met verlies moet verkopen, kan onder voorwaarden de restschuld kwijtgescholden krijgen. een grondgebonden woningEen woning met eigen grond, zoals een rijtjeshuis, twee-onder-een-kapwoning of vrijstaand huis. Appartementen vallen hier niet onder. met energielabel E, F of G, dan wordt vanaf 2027 standaard € 20.000 voor energiebesparende maatregelen meegefinancierd, als de woningwaarde dat toelaat. De koper kan daarvan afzien, en wat niet binnen twee jaar is besteed, wordt afgelost.

Kijk voor de actuele voorwaarden bij RVO en NHG. Voor jou als installateur is vooral het NHG-budget relevant: kopers van een oudere woning hebben vaker direct na de aankoop budget voor een samenhangend plan, in plaats van één losse maatregel.

Ga je zelf een woning verbouwen?

Technea levert aan installateurs en adviseurs. Wil je als bewoner weten welke combinatie van installaties bij je woning past, dan helpen we je aan een installateur die met onze systemen werkt. Neem dit artikel gerust mee in dat gesprek: de volgorde en de aandachtspunten gelden voor vrijwel elke renovatie.

Veelgestelde vragen

Wat is een warmteverliesberekening?+

Een berekening van hoeveel warmte een woning per ruimte verliest op een koude winterdag, via wanden, ramen, vloer, dak en ventilatie. Voor woningen gebeurt dat volgens ISSO 51. De uitkomst is het vermogen dat de verwarming per ruimte moet leveren, en daarmee de basis voor de keuze van warmtepomp en afgiftesysteem. Maak de berekening voor de woning zoals die na de renovatie is.

In welke volgorde verduurzaam je een bestaande woning?+

Begin met isoleren en kierdichting, omdat dat de warmtevraag bepaalt. Daarna volgen ventilatie, een afgiftesysteem op lage temperatuur, de warmtepomp met warm tapwater en tot slot de regeling met zonnestroom. Een warmteverliesberekening van de woning na het isoleren is de basis voor de dimensionering.

Kan vloerverwarming op een bestaande houten vloer?+

Vaak wel, met droogbouw vloerverwarming. Variokomp weegt circa 25 kg/m² en bouwt circa 20 mm op, tegen circa 125 kg/m² en 60 tot 90 mm bij traditionele vloerverwarming. Laat de draagkracht en de staat van de vloer altijd vooraf beoordelen.

Heb je met een warmtepomp vloerverwarming nodig?+

Niet altijd. Een warmtepomp kan ook met radiatoren werken, maar het rendement is lager bij een hogere aanvoertemperatuur. De Ovum AirCube AC312P heeft bijvoorbeeld een SCOP van 6,02 bij 35 °C en 4,50 bij 55 °C. Een groot afgifteoppervlak, zoals vloer, wand of plafond, maakt een lage aanvoertemperatuur mogelijk.

Wat is het NHG-verduurzamingsbudget?+

NHG heeft aangekondigd dat vanaf 2027 bij aankoop van een grondgebonden woning met label E, F of G standaard € 20.000 voor energiebesparende maatregelen wordt meegefinancierd, als de woningwaarde dat toelaat. De koper kan daarvan afzien. De definitieve voorwaarden publiceert NHG eind oktober 2026.

Hoe vraag je een berekening voor een renovatieproject aan?+

Via de opnameformulieren per techniek vraag je een projectcalculatie aan. Wij rekenen het afgiftesysteem en de warmtepomp door en denken mee over ventilatie en tapwater.

Verder lezen

Lees ook

Meer uit de praktijk

Projecten

Woning uit 1928 toekomstklaar met wandverwarming en douche-wtw
Wandverwarming · Nijmegen

Woning uit 1928 toekomstklaar met wandverwarming en douche-wtw

Bekijk dit project →

Een bestaande woning renoveren?

Technea rekent het afgiftesysteem en de warmtepomp met je door en denkt mee over ventilatie en tapwater. Ben je bewoner, dan helpen we je graag aan een installateur.